India Ladakh July 2023-4 to 10
Terug van onze trekking, steendood, vandaar den blog wat met vertraging.
Maar eerst even terug naar de laatste dag in Leh vóór ons avontuur. Prachtig heet weer en ik besluit een 125cc scooterke te huren om de wijde omgeving van Leh te verkennen. We gaan richting Shey Palace en wat verder Thiksey Monastery. Vooral laatste vind ik tof maar daar lees je alles over in een reisgids dus daar ga ik niets over neerbloggen. Wel moet ik hier den eerste Vlaming tegen het lijf lopen. Jullie weten dat dit mijn nachtmerrie is, ver van huis zijn om dan een Belg of Vlaming tegen het lijf te lopen en het was dan verdomme nog ne Limburger ook, uit Bree. Ik vroeg me af wat ik had mispeuterd om dit te moeten ondergaan. Maar goed, deze nachtmerrie is niks vergeleken met brommeren in het Ladakhi verkeer. Je moet al redelijk gefocust zijn omdat ze hier links rijden, alhoewel links, ik denk dat die mannen hier allemaal twee linkerpoten hebben want zowat elk stukje rijbaan ligt hier blijkbaar links. Gooi daar nog een hoop putten, stenen en rotsen bij en je weet dat je niet veel tijd hebt om “effe lekker gezellig” van de surroundings te genieten. Toppunt is echter als ze voorbijsteken; lukt het niet en rijden ze op dat moment naast je, bumpen ze je gezellig de berm in. Ze zijn wel zo vriendelijk eerst te claxoneren, iets wat ze hier voor alles doen. Mensen, was ik niet zo zen door het leuke boedhistische sfeertje dat hier hangt, ik had een honderdtal Ladakhi hunne claxon tot vanachter in hun strot geramd.
Den trekking nu: man, man, man! To hell and back. Dit is by far het meest avontuurlijke dat ik ooit heb meegemaakt. Prachtig om dagen, afgezonderd van de wereld, bewegend tussen de 3600 en 5000 meter, slapend in een tentje op de meest schilderachtige plaatsjes, schijtend in de meest erbarmelijke omstandigheden (deze activiteit noopt je tot een acrobatie vergelijkbaar met die van Cirque du Soleil, best geblinddoekt omdat je steevast wordt geconfronteerd met de verteerde restanten van de maaltijden van anderen), je blote kont en aanverwanten wassen in ijskoud water uit een bron of van een gletsjer; een mens wordt daar beter van zeggen ze.
Dag twee was het meteen bingo. Een pas ronden van 4900 meter, puffen, werd ik ook nog gehinderd door een kudde yaks. Gasten, das het laatste wa ge wilt meemaken als ge nog 50 meter moet klimmen en die beesten komen wat in uwe weg lopen. Ik dacht er ene ne kopstoot te geven maar dat zou mijn voorraad Dafalgannekes aanzienlijk hebben aangetast. Maar die beestjes is nog niks vergeleken met iets anders dat af en toe tijdens onze hike ons pad zou kruisen. Vanaf het eerste moment dat ik haar zag was zij voor mij “het Kalf”, Marine, een Française uit de omgeving van Montpellier maar woonachtig in Parijs, behorend tot het clubje dat graag uitpakt dat ze de wereld kunnen rondreizen, alleen en met beperkt budget, maar die elke dag van hun reis moeten vullen met het zoeken naar hulp en geld bij anderen. In Patagonië liep ik er ook zo één tegen het lijf, ook een Parisienne, ook een parasiet. Tijd dat iemand Frankrijk van de kaart veegt. Onuitstaanbare wezens leven daar.
Maar het blijft vooral genieten met onze gids, kok, ponyman en 5 paarden. Jawel, een heel huishouden die ons blijven voorzien van het nodige voedsel. Ontbijt, lunchbox en dinner, hoe ze het voor mekaar krijgen, chapeau! Maar je hebt dat echt wel nodig, want je verslindt energie als zot. Dag vijf kamperen we op Minaling hoogvlakte, meteen de hoogste plaats waar we zullen slapen, 4824 meter hoog, dat is hoger dan de top van de Mont Blanc. We arriveren na een zware klim reeds op het middaguur maar het weer slaat om. Het begint te regenen en het wordt koud. We schuilen even in ons tentje dachten we. Dat even werd de ganse dag en nacht. We slapen, het wordt echt koud, ik moet uit slaapzak en tent om te gaan plassen en jawel, 20cm sneeuw op en rond de tent. Meteen tent beginnen bevrijden van die last, maar het bleef sneeuwen.
Opstaan 6 uur met warme thee en ik merk enige ongerustheid bij onze gids. Ik vraag wat de plannen zijn. Er was reeds overleg met andere gidsen en we zullen de laatste twee dagen in één dag moeten afleggen. Eerst over een top van 5150 meter, door de sneeuw, slechte zichtbaarheid maar een geweldig gevoel eens je daar staat. Maar dan wordt het spannend, 1800 meter afdalen en het moet snel gaan want we moeten door een kloof waar een rivier doorstroomt die je zo een 20-tal keer moet oversteken. Normaal geen probleem maar nu zwelt het water elke minuut aan door sneeuw, regen en bijrivieren die werkelijk uit elke rotswand blijken te komen. De kracht van het water neemt ook steeds toe. Het moet snel voor onze gids nu, droog de rivier kruisen lukt niet meer, we mogen ook onze botinnen niet meer uitdoen, geen tijd voor. Het wordt een hachelijke onderneming. Tot aan ons middel in het kolkende water. Zelfs een stop voor de lunch zit er niet meer in. Na 5 uur afdalen bereiken we het pick up punt, dat ook steeds verder en lager was gaan liggen wegens overstromen en afbrokkelen van de wegen. Ook de grondverschuivingen en overstromingen namen toe, wat van onze rit terug naar Leh ook nog een hels avontuur maakte. Maar eind goed al goed, terug in Leh, onderkoeld en doorweekt.
Tijdens een dergelijke trekking is het bij momenten afzien, maar de kracht en schoonheid van de natuur en het avontuur dat je in de plaats krijgt is onbeschrijflijk. En je weet verdomme weer dat een warm douchke en ne goeie kakpot geen evidentie zijn. 😉
Foto’s
2 Reacties
-
Renilde Van Lierop:11 juli 2023Toch blij dat we weer iets horen van jullie
-
Els:11 juli 2023Top😀👍

